Foto: Queer Nederland
Ergens halverwege december, terwijl de sfeerrijke kerstverlichting in de straten knippert alsof ze probeert te concurreren met onze telefoonschermen, betrap ik mezelf op een gedachte die me ongemakkelijk veel rust geeft: misschien is dit het dan. Niet als in: “mijn leven is voorbij.” Nee, meer als in: dit is de vorm waarin het zich voortzet.
De curve is getekend, de toppen en dalen zijn bekend terrein, en ik – een bijna 47-jarige gay man – sta ergens op mijn imaginaire afsluitdijk tussen jong en oud. Wind tegen, horizon vlak, en toch die merkwaardige vrijheid van de weg die beide kanten op kan.
De mythe van de piek
In de gay scene – of wat er nog van over is nu de clubs steeds meer vervangen worden door digitale algoritmes – is er een hardnekkige mythe: dat je piekt in je twintiger jaren. Alles daarvoor is voorbereiding, alles daarna naspel. Je gloriejaren in een tanktop op de dansvloer van je favoriete club, waar je tussen de lichamen door laveert met het zelfvertrouwen van iemand die net heeft ontdekt dat z’n lijf gezien mág worden.
Maar er komt een dag dat je op diezelfde dansvloer staat en de jongen naast je noemt je “sir”. Niet als grap, niet als een fetisj. Maar als een feit.
Het is het moment dat je beseft dat de gay community niet gebouwd is om oud in te worden. Althans: niet zichtbaar oud. We vieren jeugd, gladheid, strakheid, alles wat kortstondig schittert – en hebben nooit echt geleerd hoe schoonheid eruitziet als die langer meegaat dan een zomer.
Van glitter naar grijs – en weer terug
Ik was twintiger toen ik voor het eerst naar een pride ging. De zon scheen. Ik droeg een broek die tegenwoordig illegaal zou zijn om esthetische redenen en ik dacht dat vrijheid een kwestie was van zichtbaar zijn.
Nu, bijna een kwart eeuw later, weet ik dat vrijheid bestaat uit meerdere lagen. Het is niet alleen durven dansen in het licht. Het is ook durven verdwijnen in de schaduw en te weten dat je er nog steeds mag zijn.
We hebben zoveel bereikt. Het huwelijk. Representatie op Netflix. Regenboogvlaggen in de Albert Heijn. Maar ergens, onder dat laagje glitter, blijft een oud script draaien: je bent alleen iets waard zolang je begeerlijk bent. En begeerlijkheid, dat hebben we met z’n allen versmald tot de leeftijd waarop je nog geen rimpels hoeft te filteren.
Maar wat als we die definitie zouden herschrijven? Dit proces is al lopende, het kan echter wel sneller.
Advertentie
De nieuwe maatstaf
Er is iets ongelooflijk bevrijdend aan ouder worden als queer persoon. Niet omdat alles vanzelf beter wordt, wel omdat je eindelijk genoeg levensjaren hebt om het allemaal niet meer zo serieus te nemen. De eeuwige vergelijkingsdrang, de eindeloze jacht naar validatie. Ja, het wordt vermoeiend. Uiteindelijk is het gewoon zonde van je tijd.
Ik zie het ook bij vrienden van mijn leeftijd. De een koopt een racefiets. De ander een puppy. En weer een ander begint aan een nieuwe liefde met iemand die de helft jonger is. Allemaal manieren om met datzelfde gevoel om te gaan: ben ik nog van waarde in een cultuur die draait op jeugdigheid? En het antwoord – als je even durft stil te staan – is ja. Besef wel dat je waarde verschuift.
Je bent niet meer de vonk die het vuur aansteekt op de dansvloer. Misschien ben je wél degene die blijft dansen als de lichten aangaan. Je bent niet de nieuwste hit, wel de klassieker waar mensen op terugvallen. Je bent niet de headline, maar wel de reden dat het feest überhaupt nog betekenis heeft.
De scene als spiegel
Soms denk ik dat de gay scene een soort permanente puberteit is. Alles draait om ontdekken, verleiden, overleven – en nooit om echt te landen. En misschien is dat juist het mooie én het verdrietige eraan. We hebben nooit een blauwdruk gehad voor ouder worden als een queer mens. Want de generaties vóór ons zijn grotendeels verloren gegaan. Aan aids. Aan schaamte. Aan stilte.
Wij zijn de eerste generatie die de kans hééft om gezien oud te worden. En eerlijk? We weten niet goed wat we ermee aan moeten.
Er is geen handleiding voor de 47-jarige gay man die niet meer past in de categorie “twink”, maar ook nog niet klaar is voor “silver daddy”. Daar heb ik het haar niet voor. We balanceren ergens ertussenin – tussen nostalgie en nieuw elan. Dat is niet zielig, dat is pionierswerk.
En hier eindigt het – of begint het juist?
De titel van deze column spookte al weken door mijn hoofd: En hier eindigt het – … . Maar elke keer als ik het wilde opschrijven, voelde het onjuist. Want wat eindigt er precies? Mijn jeugd? Duh, die is allang verleden tijd. Ik mis haar minder dan ik had gedacht. Mijn relevantie? Die is verschoven – van zichtbaar zijn naar zinvol zijn. Mijn verlangen? Dat leeft nog steeds, maar anders. Rustiger. Dieper. Eerlijker.
Misschien eindigt er niets. Misschien verandert alleen de vorm. Ik wil niet meer concurreren met een twintigjarige op de Pride. Ik wil naast hem staan, met een glas in de hand en hem toewensen dat die zichzelf niet verliest in de jacht naar eeuwige perfectie. Tegelijk wil ik kunnen lachen om de ironie dat ik dat vroeger ook niet wilde horen.
Advertentie
De feestelijkheid van loslaten
Ouder worden is een queer daad op zich. Het is rebellie tegen een cultuur die je vertelt dat alles eindigt zodra je buikspieren zacht worden. Het is weigeren om onzichtbaar te worden. Het is kiezen voor verbinding in plaats van competitie.
Daarom wil ik het nieuwe jaar niet beginnen met goede voornemens, wel met een uitnodiging. Aan mezelf. Aan jou. Aan iedereen die ooit dacht: “misschien ben ik te oud voor dit alles.”
Laten we elkaar terugvinden buiten de algoritmes. Aan een keukentafel. Op een dansvloer die niet meer de jongste is, maar nog altijd beweegt. Laten we het vieren – niet omdat we alles begrijpen, maar omdat we er nog zijn. Omdat zijn op zich al een daad van trots is.
De Afsluitdijk als metafoor
Als ik denk aan het nieuwe jaar, denk ik aan mijn imaginaire afsluitdijk. Een plek waar water en land elkaar ontmoeten, maar niet mengen. Waar wind altijd tegen lijkt te staan, maar de horizon openblijft. Daar ergens voel ik me thuis.
Niet aan de kant van “vroeger was alles beter”, en ook niet bij “de toekomst is aan de jongeren”. Nee, precies ertussenin. In beweging. Met stormen die me af en toe laten wankelen, maar nooit doen stoppen.
Misschien is dat het echte einde waar de titel op doelde. Niet een eindpunt, maar een overgang. Een moment waarop je even stilhoudt, uitkijkt over het water en denkt: ik ben hier gekomen, en dat is al iets.
Oud is niet over
Dus nee, dit is niet waar het eindigt. Dit is waar het rijpt. Waar het verdiept. Waar het feest volwassen wordt, maar het licht niet dooft.
Laat 2026 het jaar zijn waarin we ouderdom herdefiniëren binnen Queer Nederland. Waar we de dertigers, veertigers, vijftigers, zestigers vieren – niet als relikwieën, maar als bewijs dat onze liefde, onze lichamen en onze verhalen níet ophouden bij de leeftijd waarop de algoritmes ons negeren.
Laten we de tijd niet zien als iets dat afneemt, wel als iets dat zich opstapelt: laag voor laag, jaar voor jaar, dans na dans.
Laten we leren dat schoonheid niet altijd strak is, maar soms gewoon stevig verankerd. Zoals de Afsluitdijk zelf: niet jong, niet oud, wel noodzakelijk. Een lijn die houdt wat dreigt te verdwijnen.
En als iemand vraagt of dit het einde is, dan zeg ik: nee, lieverd. Hier begint het pas.
Delen
Steun Queer Nederland
We zijn trots dat Queer Nederland onafhankelijk en community-driven is. Maar onafhankelijk publiceren kost tijd, energie en middelen. Om te blijven bestaan en te groeien hebben we jouw steun nodig. Wil je bijdragen aan een queer magazine dat ons allemaal een stem geeft? Overweeg dan een donatie via onze steunpagina. Elke bijdrage, groot of klein, maakt het verschil. Dankzij jouw steun kunnen wij blijven bouwen aan een platform waar queer verhalen de ruimte krijgen die ze verdienen.


