Dodenherdenking: de krans die er niet mocht zijn

Profielfoto-Reggy-1.png
Reggy de Groot

Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam: Nationaal Archief, Joop van Bilsen / Anefo

Logo QN 340x160
Kranslegging 1970 geweigerd: startpunt voor erkenning, het Homomonument en inclusieve herdenking, die nog altijd niet vanzelfsprekend is.

Op 4 mei 1970 liep een klein groepje jonge activisten de Dam op in Amsterdam met een doel dat eenvoudig leek maar politiek geladen was. Zij wilden een krans leggen bij het Nationaal Monument ter nagedachtenis aan homoseksuele slachtoffers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze groep ontbrak tot dat moment vrijwel volledig in de officiële herdenkingscultuur. Twee leden van de Amsterdamse Jongeren Aktiegroepen Homoseksualiteit (AJAH) droegen een krans met een roze driehoek. Dit symbool werd in nazi-Duitsland gebruikt om homoseksuele mannen te markeren, te vernederen en uiteindelijk vaak te vernietigen. Hoewel de activisten vooraf toestemming hadden gevraagd, werd die geweigerd met een formeel argument. De aanvraag zou te laat zijn ingediend, een reden die volgens betrokkenen vooral verhulde dat erkenning simpelweg niet gewenst was.

De gebeurtenissen die volgden maakten duidelijk hoe gevoelig de kwestie lag. De activisten werden door de politie van de Dam verwijderd en gearresteerd, terwijl hun krans werd afgepakt en vernield. Wat bedoeld was als een ingetogen moment van herdenking veranderde zo in een publieke confrontatie over zichtbaarheid en uitsluiting, waarbij niet alleen het verleden maar ook het heden zichtbaar werd. Want de actie ging nadrukkelijk niet alleen over de oorlogsjaren maar ook over de voortdurende marginalisering van homoseksuelen in de decennia daarna, waarin sociale acceptatie beperkt was en wettelijke ongelijkheid nog bestond. Door hun aanwezigheid op de Dam dwongen de activisten een samenleving die liever wegkeek om zich te verhouden tot een vergeten geschiedenis. En precies daarin lag de kracht van hun actie.

Van arrestatie naar erkenning

De arrestatie op 4 mei 1970 werkte niet ontmoedigend. Ze had juist een mobiliserend effect binnen de opkomende homobeweging in Nederland, die in die jaren steeds zichtbaarder en strijdbaar werd. De actie van de AJAH groeide al snel uit tot een symbool van verzet tegen uitsluiting. Het maakte duidelijk dat erkenning niet vanzelf zou komen maar actief moest worden opgeëist. Het jaar daarop, in 1971, veranderde de situatie zichtbaar toen er wel ruimte werd geboden voor een kranslegging namens homoseksuelen tijdens de Dodenherdenking. Het was een ogenschijnlijk kleine stap die in werkelijkheid een belangrijke symbolische doorbraak betekende. Voor het eerst werd erkend dat ook deze groep slachtoffers onderdeel was van de nationale herinnering aan de oorlog.

Tegelijkertijd ontstond het besef dat structurele erkenning meer vereiste dan incidentele toestemming binnen bestaande rituelen. Binnen activistische en culturele kringen groeide het idee voor een eigen monument, een plek die niet afhankelijk was van politieke goodwill of institutionele toestemming maar die permanent ruimte bood voor herdenking en zichtbaarheid. Dit idee kreeg in de loop van de jaren zeventig steeds meer vorm en leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Stichting Homomonument in 1979, die zich ten doel stelde een fysiek gedenkteken te realiseren. In 1987 werd dit monument onthuld op de Westermarkt in Amsterdam, als eerste monument ter wereld dat specifiek homoseksuele slachtoffers van de nazi-vervolging herdacht.

Advertentie

NL-HaNA_2.24.01.05_0_934-0689-groot

Homomonument op de Westermarkt in Amsterdam. Nationaal Archief, Bart Molendijk / Anefo.

Herdenken als strijdtoneel

De geschiedenis van de geweigerde krans laat zien dat herdenken nooit een neutrale of vanzelfsprekende handeling is. Het is het resultaat van keuzes over wie wordt gezien en wie niet. In de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog was er nauwelijks aandacht voor homoseksuele slachtoffers. Niet omdat hun lot onbekend was maar omdat het niet paste binnen het dominante beeld van slachtofferschap en nationale identiteit. Homoseksualiteit werd in brede delen van de samenleving nog altijd gezien als afwijking of probleem en die houding werkte door in de manier waarop het verleden werd herinnerd en verteld. De stilte rond deze slachtoffers was daarmee geen toeval maar een weerspiegeling van de maatschappelijke verhoudingen van dat moment.

Door hun actie op de Dam doorbraken de activisten deze stilte op een directe en zichtbare manier. Zij vroegen niet alleen aandacht maar eisten ook ruimte op binnen een nationaal ritueel dat hen uitsloot. Die strategie maakte de actie confronterend maar ook effectief, omdat zij de vanzelfsprekendheid van de bestaande herdenkingspraktijk ter discussie stelde. In de jaren daarna bleef die spanning voelbaar, ook toen er meer erkenning kwam en het Homomonument een vaste plek kreeg binnen de stad en de jaarlijkse herdenkingen. Het monument groeide uit tot een plek waar herdenken, protest en viering samenkomen. De geschiedenis van vervolging wordt er verbonden met actuele discussies over rechten en acceptatie, waardoor het verleden voortdurend in relatie staat tot het heden.

Nog steeds niet vanzelfsprekend

Dat de strijd om erkenning geen afgesloten hoofdstuk is, werd opnieuw zichtbaar in 2023. In Nieuwe-Tonge op Goeree-Overflakkee kreeg een lokale lhbtq+-organisatie geen toestemming om een krans te leggen tijdens de Dodenherdenking. De argumentatie dat het dorp daar “nog niet klaar voor zou zijn” maakte duidelijk hoe herkenbaar de patronen uit 1970 nog altijd zijn. Waar het destijds ging om nationale zichtbaarheid op de Dam, speelt de discussie zich nu vaker af op lokaal niveau. De onderliggende vraag blijft echter dezelfde: in hoeverre wordt de geschiedenis van homoseksuele vervolging gezien als onderdeel van het collectieve geheugen.

Deze recente gebeurtenis onderstreept dat verworvenheden kwetsbaar blijven en dat acceptatie niet gelijkmatig is verdeeld over het land. Herdenken kan daardoor telkens opnieuw onderwerp van debat worden. Tegelijk laat het zien hoe belangrijk de erfenis van de actie in 1970 nog steeds is. Die schiep een precedent voor het opeisen van ruimte en erkenning. De krans die toen niet gelegd mocht worden, heeft uiteindelijk bijgedragen aan structurele veranderingen zoals het Homomonument en officiële deelname aan herdenkingen. Maar het heeft ook een blijvende les nagelaten over de noodzaak van zichtbaarheid en betrokkenheid. Zolang er discussie bestaat over wie er herdacht mag worden en op welke manier, blijft die geschiedenis actueel en relevant. En blijft de vraag naar inclusieve herdenking een opdracht voor elke nieuwe generatie.

AYOR – verbeelding van een vergeten moment

De korte film AYOR, geschreven en geregisseerd door Tom Bakker, brengt de gebeurtenissen van 4 mei 1970 terug tot een intiem en menselijk verhaal. In plaats van een historisch overzicht kiest de film voor het perspectief van de twee jonge mannen die een krans willen leggen op de Dam en laat hij zien wat er voorafgaat aan dat ene publieke moment. Twijfel, angst en onderlinge spanning staan centraal waardoor de actie niet alleen politiek maar ook persoonlijk wordt.

De film maakt duidelijk dat zichtbaarheid nooit vanzelfsprekend is maar begint bij individuele keuzes die risico’s met zich meebrengen. De kranslegging wordt zo niet alleen een daad van protest maar ook een moment van kwetsbaarheid, waarin de personages zich bewust zijn van mogelijke afwijzing en repressie. Dat sluit nauw aan bij de historische werkelijkheid waarin de poging tot herdenking leidde tot arrestaties en publieke controverse.

Wat AYOR bijzonder maakt, is dat het de grote lijn van emancipatie terugbrengt tot een concreet moment tussen mensen. De film laat zien dat geschiedenis niet alleen wordt gemaakt door bewegingen en organisaties maar ook door individuen die besluiten om niet langer onzichtbaar te blijven. Daarmee fungeert AYOR als een hedendaagse reflectie op de gebeurtenissen van 1970 en als een herinnering dat de strijd om erkenning altijd begint met een persoonlijke stap naar voren.

https://npo.nl/start/video/ayor/meer-informatie

Delen
Steun Queer Nederland

We zijn trots dat Queer Nederland onafhankelijk en community-driven is. Maar onafhankelijk publiceren kost tijd, energie en middelen. Om te blijven bestaan en te groeien hebben we jouw steun nodig. Wil je bijdragen aan een queer magazine dat ons allemaal een stem geeft? Overweeg dan een donatie via onze steunpagina. Elke bijdrage, groot of klein, maakt het verschil. Dankzij jouw steun kunnen wij blijven bouwen aan een platform waar queer verhalen de ruimte krijgen die ze verdienen.

Volg QN op de sociale media

Abonneer je op de nieuwsbrief

Meer links

COLOFON →   VOORWAARDEN →   PRIVACYBELEID →   CONTACT

COLOFON →   
VOORWAARDEN →   
PRIVACYBELEID →   
CONTACT