Seksueel geweld binnen de LHBTI+-gemeenschap. Deel 2 – Waarom is de queer gemeenschap extra kwetsbaar?

Profielfoto Bart
Bart Cochet

Foto: AI

Logo QN 340x160
Waarom zijn queer personen extra kwetsbaar voor seksueel geweld? Over minderheidsstress, discriminatie, stereotypen en sociale uitsluiting.
Inleiding: Een driedelig onderzoeksdossier

Seksueel geweld is een van de meest ingrijpende ervaringen die iemand kan meemaken. Toch blijft het onderwerp binnen de LHBTI+-gemeenschap opvallend vaak onderbelicht. Het publieke debat richt zich meestal op geweld tegen vrouwen in heteroseksuele relaties terwijl onderzoek al jaren laat zien dat ook lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele personen, transgender personen, non-binaire mensen en intersekse personen bovengemiddeld vaak slachtoffer worden van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Tegelijkertijd rust er nog altijd een groot taboe op dit onderwerp. Slachtoffers herkennen zichzelf niet altijd in de bestaande voorlichting, vrezen onbegrip of discriminatie en vinden daardoor moeilijker de weg naar passende hulp. Bovendien bestaan er hardnekkige misverstanden over seksueel geweld binnen queer relaties en de gemeenschap zelf. Dat maakt het probleem niet alleen minder zichtbaar, maar ook moeilijker bespreekbaar.

Met dit driedelige onderzoeksdossier wil Queer Nederland bijdragen aan meer kennis, herkenning en openheid. Niet om de LHBTI+-gemeenschap in een negatief daglicht te plaatsen, maar juist omdat iedere gemeenschap de verantwoordelijkheid heeft om ook haar moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken. Alleen door feiten te benoemen, ervaringen serieus te nemen en betrouwbare informatie te delen, kunnen we bijdragen aan een veiligere samenleving voor iedereen.

In deel één leggen we de basis. We onderzoeken wat seksueel geweld precies is, hoe de Nederlandse wet het begrip definieert, welke vormen van seksueel geweld bestaan en waarom toestemming – of consent – tegenwoordig centraal staat. Ook bekijken we de eerste onderzoeksresultaten waaruit blijkt dat LHBTI+-personen vaker slachtoffer worden van seksueel geweld dan de algemene bevolking.

In deel twee gaan we dieper in op de vraag waarom juist onze gemeenschap extra kwetsbaar is. We bespreken de verschillen tussen homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, biseksuele personen, transgender, non-binaire en intersekse personen. Daarnaast besteden we aandacht aan onderwerpen als minderheidsstress, datingapps, chemsex, fetisjisering, ‘corrective rape’, stereotype beeldvorming en de redenen waarom veel slachtoffers hun ervaringen nooit naar buiten brengen.

In deel drie staat de impact centraal. Welke gevolgen heeft seksueel geweld op korte en lange termijn? Hoe verloopt herstel? Welke hulp is beschikbaar en sluit die voldoende aan bij de behoeften van queer personen? Tot slot kijken we naar de rol die wij als gemeenschap zelf kunnen spelen in preventie, ondersteuning en het creëren van een cultuur waarin toestemming, veiligheid en wederzijds respect vanzelfsprekend zijn.

Seksueel geweld kent geen seksuele oriëntatie, geen genderidentiteit en geen leeftijd. Onze aandacht, zorg en solidariteit zouden die grenzen evenmin mogen kennen.

In het eerste deel van dit artikel zagen we dat seksueel geweld veel meer omvat dan verkrachting alleen en dat de Nederlandse wet sinds 2024 toestemming centraal stelt. Ook bleek uit verschillende onderzoeken dat lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele personen, transgender personen en non-binaire mensen vaker slachtoffer worden van seksueel geweld dan de algemene bevolking. Dat roept een logische vraag op: waarom?

Het eenvoudige antwoord is dat er niet één oorzaak bestaat. Seksueel geweld ontstaat nooit door de seksuele oriëntatie of genderidentiteit van een slachtoffer. De verantwoordelijkheid ligt altijd bij de dader. Wel kunnen maatschappelijke omstandigheden ervoor zorgen dat sommige mensen vaker in kwetsbare situaties terechtkomen, minder goed in staat zijn hun grenzen te bewaken of moeilijker hulp zoeken wanneer die grenzen worden overschreden.

Binnen de LHBTI+-gemeenschap spelen onder meer minderheidsstress, discriminatie, sociale uitsluiting, afhankelijkheid en hardnekkige stereotypen een rol. Die factoren werken niet voor iedereen op dezelfde manier en betekenen niet dat queer personen vanzelf kwetsbaar zijn. Toch kunnen ze de omstandigheden beïnvloeden waarin seksueel geweld plaatsvindt en de manier waarop slachtoffers daarop kunnen reageren.

Minderheidsstress en gedeelde kwetsbaarheid

Seksueel geweld is iedere seksuele handeling die plaatsvindt zonder vrijwillige toestemming van alle betrokkenen. Dat lijkt een eenvoudige definitie, in de praktijk is de werkelijkheid vaak complexer.

Veel mensen denken bij seksueel geweld onmiddellijk aan verkrachting. Dat is begrijpelijk, echter het begrip omvat veel meer. Ook ongewenste aanrakingen, seksuele intimidatie, online seksuele dwang, het verspreiden van intieme beelden zonder toestemming, aanranding, seksuele chantage, misbruik van een afhankelijkheidsrelatie en gedwongen seksuele handelingen vallen hieronder. De kern is steeds dezelfde: iemand verliest de regie over het eigen lichaam doordat een ander diens grenzen overschrijdt.

Belangrijk daarbij is dat toestemming niet alleen moet worden gegeven, het dient ook vrijwillig te gebeuren en bewust. Op ieder moment kan deze worden ingetrokken. Wie onder zware druk staat, bang is, slaapt, bewusteloos is of door alcohol of drugs niet meer vrij kan beslissen, kan geen geldige toestemming geven.

Juist dat laatste wordt nog vaak onderschat. Veel slachtoffers vertellen achteraf dat zij tijdens het incident “bevroren waren”. Ze vochten niet terug, schreeuwden niet en probeerden niet weg te komen. Lange tijd werd dit gebrek aan fysiek verzet ten onrechte gezien als een aanwijzing dat er geen sprake was van seksueel geweld. Inmiddels weten we uit traumapsychologisch onderzoek dat bevriezen – ook wel de freeze-reactie genoemd – een normale reactie van het lichaam is op extreem gevaar. Net zoals vluchten of vechten is verstijven een automatische overlevingsreactie waar iemand nauwelijks invloed op heeft.

Advertentie

Foto: AI

Verschillende ervaringen, dezelfde mechanismen

De beschikbare cijfers laten zien dat biseksuele personen in veel onderzoeken tot de groepen behoren met de hoogste slachtoffercijfers. Vooral biseksuele vrouwen rapporteren aanzienlijk vaker seksueel grensoverschrijdend gedrag dan lesbische en heteroseksuele vrouwen. Ook biseksuele mannen melden vaker seksueel geweld dan homoseksuele en heteroseksuele mannen. Mogelijke verklaringen zijn de dubbele uitsluiting die biseksuele personen kunnen ervaren, zowel binnen de heteroseksuele samenleving als binnen delen van de LHBTI+-gemeenschap, en de hardnekkige seksuele stereotypen waarmee zij worden geconfronteerd. Die combinatie kan leiden tot objectivering, minder sociale steun en een grotere kans dat signalen van grensoverschrijding worden genegeerd.

Bij homoseksuele mannen en lesbische vrouwen spelen andere beelden een rol, maar ook daar komen vergelijkbare patronen terug. Homoseksuele mannen kunnen na seksueel geweld te horen krijgen dat zij “toch seks wilden” of dat zij zich als man wel hadden moeten kunnen verdedigen. Daardoor twijfelen zij soms zelf of wat hun is overkomen wel seksueel geweld was.

Lichamelijke opwinding zegt echter niets over toestemming en mannen kunnen, net als ieder ander, bevriezen, bang worden of niet in staat zijn om zich te verzetten. Lesbische vrouwen krijgen op hun beurt soms te maken met de aanname dat seksueel geweld binnen een relatie tussen vrouwen niet kan voorkomen. Daarnaast kunnen zij slachtoffer worden van mannen die denken dat hun seksuele oriëntatie kan worden veranderd of “gecorrigeerd”. In de meest extreme vorm wordt dit aangeduid als corrective rape of “corrigerende verkrachting”. Het kan omschreven worden als seksueel geweld dat wordt gepleegd vanuit de overtuiging dat iemand door seks heteroseksueel kan worden gemaakt. Hoewel deze term vooral bekend is uit landen waar LHBTI+-rechten ernstig onder druk staan, zijn ook in Europa incidenten gedocumenteerd.

Transgender en non-binaire personen behoren in veel onderzoeken eveneens tot de meest kwetsbare groepen. Zij krijgen bovengemiddeld vaak te maken met seksuele intimidatie, ongewenste aanrakingen en geweld dat samenhangt met transfobie of het niet erkennen van hun genderidentiteit. Soms wordt geweld gebruikt om iemand te vernederen of te straffen; in andere gevallen worden transgender en non-binaire personen benaderd vanuit fetisjisering, waarbij hun lichaam of identiteit wordt behandeld als een seksuele fantasie in plaats van als onderdeel van een gelijkwaardige ontmoeting. Daardoor verdwijnen hun wensen en grenzen gemakkelijk naar de achtergrond. Voor intersekse personen is nog relatief weinig onderzoek beschikbaar, maar bestaande signalen over medische ingrepen zonder volwaardige toestemming, aantasting van lichamelijke autonomie en grensoverschrijdende ervaringen maken duidelijk dat meer aandacht noodzakelijk is. Het ontbreken van cijfers mag nooit worden verward met het ontbreken van een probleem.

Een belangrijke overeenkomst tussen deze ervaringen is dat slachtoffers vaak niet alleen met het geweld zelf te maken krijgen, maar ook met twijfel en ongeloof achteraf. Zij kunnen bang zijn dat hun verhaal wordt gereduceerd tot een discussie over hun identiteit, seksuele gedrag of relatievorm. Ook kunnen zij vrezen dat negatieve verhalen over seksueel geweld binnen de gemeenschap worden gebruikt door mensen die LHBTI+-personen toch al als onveilig of immoreel afschilderen. Die angst is begrijpelijk, maar kan ertoe leiden dat problemen binnenskamers blijven en daders niet worden aangesproken.

Advertentie

Foto: AI

Datingapps, chemsex en het zwijgen achteraf

Datingapps zoals Grindr, Romeo, HER, Tinder en Bumble hebben de manier waarop mensen elkaar ontmoeten ingrijpend veranderd. Voor veel queer personen bieden deze platforms mogelijkheden die in hun directe omgeving niet altijd beschikbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer zij in een kleine gemeente wonen, nog niet uit de kast zijn of contact zoeken met mensen die hun identiteit begrijpen. Tegelijkertijd kunnen apps nieuwe risico’s met zich meebrengen. Gebruikers kunnen onder druk worden gezet om seksuele foto’s te sturen, worden gechanteerd met eerder gedeelde beelden of terechtkomen in situaties waarin gemaakte afspraken niet worden gerespecteerd. Soms blijkt bij aankomst dat er meer mensen aanwezig zijn dan afgesproken, of wordt iemand op een privéadres onder druk gezet of bedreigd. Vooral jongeren en mensen die nog weinig ervaring hebben met daten of pas net uit de kast zijn, kunnen moeite hebben om manipulatief gedrag tijdig te herkennen.

Ook binnen situaties waarin drugs worden gebruikt, is toestemming een centraal aandachtspunt. Binnen delen van de homogemeenschap wordt gesproken over chemsex: seks waarbij bewust drugs worden gebruikt om de ervaring te versterken of te verlengen. Vrijwillige chemsex, waarbij alle betrokkenen vooraf duidelijke afspraken maken en die afspraken kunnen blijven herzien, is niet hetzelfde als seksueel geweld. De situatie verandert wanneer iemand door middelengebruik niet langer in staat is vrijwillig toestemming te geven, wanneer drugs zonder medeweten worden toegediend of wanneer iemand onder druk wordt gezet om middelen te gebruiken. Omdat drugs het geheugen, het beoordelingsvermogen en het vermogen om grenzen aan te geven kunnen beïnvloeden, zijn dergelijke situaties vaak moeilijk te reconstrueren. Slachtoffers twijfelen achteraf regelmatig aan hun eigen herinneringen en vragen zich af of zij wel recht hebben op hulp, terwijl juist die onzekerheid een gevolg kan zijn van wat hun is aangedaan.

Veel queer slachtoffers vertellen hun verhaal uiteindelijk niet. Sommigen zijn bang dat familie, collega’s of huisgenoten hierdoor achter hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit komen. Anderen vrezen dat politie, zorgverleners of hulporganisaties onvoldoende kennis hebben van queer relaties, transgender ervaringen of de specifieke context waarin het geweld plaatsvond. Schaamte en zelfverwijt spelen eveneens een grote rol. Slachtoffers vragen zich af of zij signalen hebben gemist, niet duidelijk genoeg “nee” hebben gezegd of de situatie hadden kunnen voorkomen. Zulke vragen verschuiven de verantwoordelijkheid ten onrechte van de dader naar het slachtoffer.

Daarom is het belangrijk om hardnekkige mythen actief tegen te spreken. Mannen kunnen wel degelijk slachtoffer worden, lichamelijke opwinding betekent geen toestemming en seksueel geweld vindt niet alleen plaats tussen onbekenden. Ook lesbische relaties zijn niet vanzelf veilig en een slachtoffer hoeft zich niet te hebben verzet om duidelijk te maken dat er geen toestemming was. Toestemming moet vrijwillig, geïnformeerd en voortdurend zijn en kan op ieder moment worden ingetrokken. Wanneer omstanders, hulpverleners en de gemeenschap deze uitgangspunten serieus nemen, wordt de kans groter dat slachtoffers zichzelf herkennen, steun durven zoeken en niet langer alleen met hun ervaring blijven zitten.

In het derde en laatste deel van dit artikel kijken we naar de gevolgen van seksueel geweld, de mogelijkheden voor herstel, de beschikbare hulpverlening en de vraag wat wij als gemeenschap zelf kunnen doen om seksuele veiligheid te vergroten.

LINKS

Wet- en regelgeving

Onderzoek en statistieken

Hulpverlening

Internationale organisaties

Delen
Steun Queer Nederland

We zijn trots dat Queer Nederland onafhankelijk en community-driven is. Maar onafhankelijk publiceren kost tijd, energie en middelen. Om te blijven bestaan en te groeien hebben we jouw steun nodig. Wil je bijdragen aan een queer magazine dat ons allemaal een stem geeft? Overweeg dan een donatie via onze steunpagina. Elke bijdrage, groot of klein, maakt het verschil. Dankzij jouw steun kunnen wij blijven bouwen aan een platform waar queer verhalen de ruimte krijgen die ze verdienen.

Volg QN op de sociale media

Abonneer je op de nieuwsbrief

Meer links

COLOFON →   VOORWAARDEN →   PRIVACYBELEID →   CONTACT

COLOFON →   
VOORWAARDEN →   
PRIVACYBELEID →   
CONTACT