Foto: Freepik
Ergens op een website voor een queer publiek zag ik de zin staan: “we hebben een mooie zomer vol Prides achter de rug.” Ik las het en dacht: hebben ‘we’ dat? Wie is die ‘we’? Maak ik daar deel van uit?
Zo ongeveer mijn hele leven heb ik, wanneer ik een feestje in mijn agenda had staan, de uren voor het feestje en de volgende dag volledig vrij gehouden van plannen of afspraken. Dat deed iedereen zo, dacht ik. Ik wist al van tevoren dat ik na het feestje, wanneer ik ’s avonds laat ontsnapt was aan het feestgedruis, nog een uur of twee naar mijn telefoon zou turen voordat ik de slaap zou kunnen vatten. De dag erna zou ik achter de computer doorbrengen of, als het feestje in een ander deel van het land had plaatsgevonden, met mijn koptelefoon op in de stiltecoupé van de trein. De reis kon niet lang genoeg duren. Niks aan de hand, toch? Het was ook nooit een probleem om zo’n rustig dagje in te plannen. Ik woonde alleen of had een partner die er hetzelfde over dacht, dus ik denk niet dat ik hier ooit een discussie over heb gevoerd.
Op vrij gevorderde leeftijd kwam ik erachter dat er mensen waren die de volgende dag gewoon naar het volgende feestje gingen. Er bleken mensen te zijn die borrels niet met een gevoel van diepe uitputting verlieten. Ik vond feestjes ook wel leuk (nou ja, sommige dan), maar ik werd er op een manier moe van die niet door slaap alleen te verhelpen was. Feestjes waren werk – geen vervelend werk, maar wel werk. Ik heb geen diagnose die verklaart waarom ik het zo ervaar, maar ik kwam er dus achter dat ik vrij gevoelig ben voor de prikkels die op je afkomen op een doorsnee feestje. Het kost me moeite om, in een kamer met een tiental gesprekken, mijn aandacht te focussen op het ene gesprek waar ik deel van uitmaak. Meestal lukt het, maar mijn hersenen draaien hier overuren voor. Maar omdat ik hier intuïtief rekening mee hield (en houden kon), ben ik wel naar de meeste feestjes, trouwpartijen, borrels, verjaardagen etc. geweest waar ik zin in had (en dat waren er niet eens erg veel).
Een Pride was in mijn beleving ook een soort verjaardagsfeestje, maar dan alsof iedereen in de stad op dezelfde dag jarig was: heel veel mensen, heel veel muziek, heel veel kleuren (dus drukte, lawaai, prikkels). Maar ik was in die tijd helemaal niet met mijn queere identiteit bezig, dus ik ging ervan uit dat ik sowieso niet bij de doelgroep hoorde. Ik zag de Prides op het nieuws voorbijkomen en dat was het.
In de tussentijd ben ik queer zijn gaan zien als een belangrijk onderdeel van wie ik ben. Misschien had ik deze zomer wel naar een Pride – of een CSD, zoals het aan de Duitse kant van de grens heet – willen gaan. Gewoon een rustig dagje daarvoor en daarna inplannen, moet wel lukken, toch? Dat is buiten een van de belangrijkste personen in mijn leven gerekend: Jip, 4 jaar. Waar ik een aantal jaren geleden makkelijk de tijd kon nemen om na een intense sociale ervaring uitgebreid te ontprikkelen, lukt het me tegenwoordig vaak niet eens om na thuiskomst snel de wc in te glippen voor Jip op me afstormt: papaaaa…
Advertentie
Jip heeft twee dingen in mijn leven veranderd: ten eerste is ze er, altijd. Als ik weg ben, moet iemand anders – doorgaans is dat Marijn, mijn partner – voor Jip zorgen. Ik weet dat veel ouders – met name vaders – daar niet om malen, maar we doen ons best om de zorg voor Jip fiftyfifty te verdelen (en ik denk dat dat aardig lukt). Ik weet dat het geen sinecure is om Jip een hele dag te vermaken. Jip is veeleisend. Dat mag ook. Als we geen zin hadden gehad om ons écht met haar bezig te houden, hadden we wel een cavia genomen. Het is fantastisch met haar maar je moet er met je hoofd voor 100 procent bij zijn (of voor 99 procent, het ene procent luistert of het water voor de pasta in de keuken al kookt). Als ik me een heel weekend afmeld voor een dagje Pride en een dagje ontprikkelen, zou ik dat met een slecht geweten doen want het druist naar mijn gevoel in tegen de afspraken die we als ouders met elkaar gemaakt hebben.
Ten tweede is de baseline van mijn dagelijkse prikkels door Jips aanwezigheid ongeveer vertienvoudigd. Jip is een nieuwsgierige kletskous (ik ook hoor, dus ik mag zeker niet klagen als ik er al voor kies om mijn genen door te geven). Ze heeft 1001 vragen, opmerkingen, grapjes – en ze moeten er allemaal uit. Ik luister er graag naar, maar op sommige dagen gaan mijn hersenen er gebukt onder, lukt het me nauwelijks om een gedachte of een zin af te maken. In het verleden waren er weleens dagen dat nauwelijks iemand tegen me praatte. Er waren dagen waarop ik zelf kon kiezen wanneer ik openstond voor nieuwe informatie. Nu neemt Jip deze beslissing voor mij. En als de spraakwaterval begint te lopen, houd je hem niet tegen. Waar ik in het verleden met een redelijk opgeruimd hoofd naar een feestje ging, zit ik tegenwoordig vaak al aan mijn taks voor het feestje goed en wel is begonnen.
Al met al durf ik, als prikkelgevoelige ouder van een jong kind, een Pride gewoon niet aan. Een kind – of in ieder geval ons kind – opvoeden is topsport. Na een dag waarop ik mijn grenzen ben overgegaan, loop ik een week achter en blijf me lang beroerd voelen. De enige verantwoorde keuze voor mij is om afzijdig te blijven.
Daarom is de zomer voor mij juist niet vol van Prides, maar leeg van andere, minder drukke activiteiten die ik wél aankan. De zomer is een tijd waar ik, zeker toen Jip nog jonger was, tegenop zag: de peuterspeelzaal was dicht, evenementen voor kinderen gingen niet door, iedereen leek wekenlang op vakantie te zijn – en op queer gebied waren er alleen maar Prides. Inmiddels kan ik met de zomerleegte iets beter omgaan, maar ik voel haar nog steeds en ik vrees haar nog steeds. Het is niet de zomer waar ik naar uitkijk, maar het einde ervan. Want dan gaan ze weer beginnen: gezellige bijeenkomsten waar ik maar een middagje voor uit hoef te trekken en aan een halfuurtje in de auto (en drie uur in de avond) genoeg heb om te ontprikkelen.
Jip zal ouder worden. Vroeg of laat zal ik, als ik thuiskom, op de keukentafel een briefje aantreffen ‘Ik slaap vandaag bij M.’ en zal ze er niet meer zijn om in mijn armen te vliegen nog voor ik de wc heb kunnen bereiken: papaaaa… Maar dan zullen er andere queere ouders van jongere kinderen zijn die een bezoek aan een Pride niet kunnen combineren met de manier waarop hun hersenen en hun gezin in elkaar steken. Hun zou ik een minder lege zomer van harte gunnen. Doen we er wat aan?
Advertentie
Delen
Steun Queer Nederland
We zijn trots dat Queer Nederland onafhankelijk en community-driven is. Maar onafhankelijk publiceren kost tijd, energie en middelen. Om te blijven bestaan en te groeien hebben we jouw steun nodig. Wil je bijdragen aan een queer magazine dat ons allemaal een stem geeft? Overweeg dan een donatie via onze steunpagina. Elke bijdrage, groot of klein, maakt het verschil. Dankzij jouw steun kunnen wij blijven bouwen aan een platform waar queer verhalen de ruimte krijgen die ze verdienen.
